Liefde op voorschrift: altijd en nooit uitverkocht (Coronatijd 2020)


Het was mijn huisarts die het me voorschreef op een briefje. Geen medicatie, maar een dosis inzicht.
Een zinspeling op de uitspraak van Roger de Bussy-Rabutin:
‘La distance est à l’amour ce qu’est au feu le vent: il éteint le petit, il allume le grand.’

De Liefde wordt momenteel ongezien aangewakkerd, over afstanden en balkons heen.

We laten een mooie kant van onszelf zien. Door talloze sociale initiatieven op te zetten én vol te houden.
Door gepaste erkenning te geven aan ons medisch personeel en de zovele anderen die onafgebroken
voor iedereen blijven zorgen. Door samenhorigheid voorop te stellen.
Want er zijn te veel mensen ziek.

Nu, maar ook voorheen al. Voordat de crisis ons land overnam. 
Het is ons meest gegeven middel in de zorgverlening: Liefde op voorschrift tegen angst, pijn, verdriet
en eenzaamheid. Liefde als antigif.
Altijd en nooit uitverkocht.

Dat mensen crisissen nodig hebben om te leren is een onmiskenbaar gegeven in onze maatschappij.
Laat ons alleen niet te hardleers zijn.
Want de opportuniteit is deze: terugvinden wat er werkelijk toe doet.

De vraag die brandt is wel precair: wie gaat deze inzichten vasthouden en implementeren,
nu en na de crisis?

Wie zal zich vanaf nu opwerpen wanneer het belang van zorg in onze samenleving en in ons onderwijs
opnieuw in vraag gesteld wordt?
Wie zal onze menselijkheid nog meer mee gaan bewaken wanneer de collectieve crisis weer plaatsmaakt
voor individuele crisissen? 
Wie zal de vraag naar mildheid durven stellen wanneer er nogmaals voor een ‘hardere’ in plaats van sociaal
sterkere aanpak gepleit wordt?
Kortom: wie zal het collectieve belang boven dat van zichzelf blijven stellen?

Laat ons vasthouden hoe het voelde toen de wereld even haar adem inhield.
Eens je iets weet, kan je het nooit meer niet weten.

De Liefde haalt ons in. U voelt het.
Daarom graag een stukje poëzie, zonder voorschrift. Vanuit de huiskamer.
Voor U. Hopelijk in een warme, veilige huiskamer.

Als ik je mijn onvoorwaardelijke liefde zou geven, zou je ze waarschijnlijk afwijzen.
Te overweldigend, te gevaarlijk.
Wie laat zijn hoofd nu achter in zo’n scherpe realiteit?

Honderd argumenten, nog meer kwetsuren om me zo ver mogelijk weg te duwen.

Welnu, dan kom ik naar je toe.
In feite ben ik al honderd redenen lang onderweg.

Deze tijd vraagt om een brief, een liefdesbrief.

Als ik je zou vertellen ‘Jij bent mijn liefde waard’, zou je het meteen minimaliseren.
‘Dat valt wel mee hoor, zo beminnelijk ben ik nu ook weer niet.’
Of je zou jezelf opblazen met zulke zelfzekerheid die enkel een grote leegte kan verbergen.

Als je mij zou toelaten, zou ik met je dwalen.
Samen verdwalen en onze weg terugvinden in het donker – desnoods op de tast.
Onbeholpen, maar ontwapend.

Als ik voorbij je muren van schijnbare hardheid en onverschilligheid mag kijken,
kan ik het wachtwoord raden.
Van al die poortwachters die je angst en verdriet zo goed beschermd hebben.

Als je mij niet vertrouwt, zelfs wantrouwt, is dat misschien
omdat we elkaar al te lang niet meer ontmoet hebben.
Dan ben ik te weinig rond je geweest.

Als ik je eindelijk datgene mag geven waar je recht op hebt, beloof ik je vast te houden.
Want eens je begint te voelen, komt alles op je af.
Het vraagt ongekende moed jezelf aan mij over te geven.

Als je het toestaat, laat me je dan wegkapen.
Naar een gestolen moment om ons af te vragen:
Staan we daar waar we willen zijn?

Als ik mijn hand in de jouwe leg, zou je ze nog wegtrekken of … niet meer?

Ik ben de Liefde.
Je mag me aannemen of nog even achterwege laten.
Je mag aan me twijfelen of net door mij in twijfel trekken.
Je mag me wegduwen of door mij bewogen worden.
Maar ik kom naar je toe. Onvoorwaardelijk.
In feite ben ik al honderd redenen lang onderweg.

Want ik ben ook – en in het bijzonder – voor jou weggelegd
.